Josiane Coulier °05-09-1936 Oavergemsjche Kopn

Josiane Coulier kader 1














Bekijk het filmpje


Goa j’ e druppeltje drienkn?

Josiane CoulierOnder de kerktoren van Alveringem kreeg Josiane Coulier de drankkommerse met de paplepel ingegoten. Bij al wie van een goed glas wijn, een lekker likeurtje of een stevige borrel hield, klonk de naam Coulier als een klok. Het familiebedrijf barstte uit zijn voegen en verhuisde naar Veurne. “Maar de souvenirs van Alveringem blijven formidabel”, mijmert Josiane.

“Ik ben geboren in het ouderlijk huis in de Nieuwstraat, met de hulp van dokter Vanhoutte, die rechtover ons deur woonde”, zegt Josiane. Zij koestert de herinneringen aan haar schooltijd in Alveringem. Zuster Philomena, zuster Maria, juffrouw Alice, juffrouw Agnes, zuster Agatha… Ze kent ze nog allemaal.

“Elke dag trokken wij langs de Schooldreef naar de meisjesschool in de Hoogstraat. En daar kwamen wij dan de joeëns tegen die van Fortem en de Zavel naar de knechtesjchoole gingen. Op een dag hielden zij alle meisjes tegen. Om door te mogen, moesten we eerst ‘schild en vriend’ scanderen, de strijdkreet van de Guldensporenslag. Daar konden ze op school niet mee lachen. De ouders werden verwittigd en er volgde een nieuwe regel. Als we thuis om half één vertrokken, dan moesten we ten laatste om kwart voor één op school zijn. Zo niet, dan was er in de Schooldreef weer iets gebeurd dat niet al te katholiek was…”

In die tijd werden de kinderen op school nog met de ijzeren hand opgevoed. “Zuster Philomena heeft mijn zus nog bij de schapen gestoken omdat ze knoeide met haar handwerkje. Ze was toen nog een kleuter. Ik zat al in het vijfde studiejaar. Ze zijn me komen halen: mijn zus was zodanig hard aan het wenen dat ze begon te hyperventileren. Onze huisarts is toen heel boos naar de school gestapt en heeft duidelijk te verstaan gegeven dat ze zwaar over de schreef gegaan waren. Gelukkig heb ik nooit zulke dingen meegemaakt. Trouwens…, ik denk dat ze me nooit bij dat schaap zouden gekregen hebben.” (lacht)

1. Geboren onder de kerktoren - kopie-minIn de Nieuwstraat waren er veel knechtjoeëns en dus werd er ook veel gevoetbald op straat. Dat was toen nog mogelijk. “Als meisje moest ik altijd in de goal staan”, herinnert Josiane zich. Maar veel kinderen uit de buurt kwamen ook bij haar thuis over de vloer. “Wij hadden een grote hangar en het was ongelooflijk plezant spelen tussen al die bakken en paletten. Alleen in de wijnkelders mochten we niet komen. Maar als we katje duuk speelden, werd die regel toch wel eens geschonden. Aan de andere kant van de Oude Fortemstraat hadden we nog een grote boomgaard, die strekte tot waar nu het voetbalplein ligt. Plaats zat dus om te spelen. En in de herfst mochten de mensen dan komen fruit plukken.”

Toneel

“Op het einde van het schooljaar, na de uitdeling van de bulletings, moesten de kinderen in de parochiezaal altijd een stikje opvoeren: een gedicht, een liedje of een dansje. Ik heb zeker zes jaar hetzelfde liedje moeten zingen, van: ‘mien voader is e blauwer, ze zeune benne ‘k ik, mie moeder blauwt de ruutn, en de butter blauwe ‘k ik…’. En in de kerstmis zong ik altijd samen met Marianne Lecot het Adestes Fideles.

“Niemand kan het als kind schoner hebben dan wij destijds in Alveringem hebben gehad”, zegt Josiane. “Maar na het zesde studiejaar moest ik naar het pensionaat: de Roesbrugge Dames in Ieper. En dan was het gedaan met de leute. Plots was ik al mijn vrienden kwijt.” Daar houdt Josiane minder goede herinneringen aan over.

Maar als jong meisje vond ze een andere uitlaatklep. “Ik ben toneel beginnen spelen bij de toneelkring ‘Voor outer en heerd’. Dat was samen met mijn vader, meester Peeters, Maurice Jonckheere, Daniël Geirnaert, Walter Dehouck, Henri Deschrevel, Alphonsine Dellobel, Lutgarde Maes, Odillia Debusschere en Liesbeth en Marcella Couttereel. We speelden in d’Oude Knechtenschool, twee à drie stukken per jaar en telkens drie tot vier opvoeringen. Als het heel koud was, bracht mijn vader een fles druppels mee. En je ziet van hier, dan ging alles nog véél beter. We hebben veel succes gekend en we zijn zelfs in de prijzen gevallen op het tornooi van het Koninklijk Landjuweel.”

“Na verloop van tijd zijn we ook in Frans-Vlaanderen gaan spelen, in al die kleine parochies waar er nog plat Vlemsch gesproken werd. We toerden onder meer met ‘Mensjchn lik wieder’. En dat gebeurde niet altijd in de beste omstandigheden. Ik herinner me nog dat we ons bij de paster moesten omkleden in een oude patattenkelder. Maar op de terugweg stopten wij altijd in de Nieuwe Herberg. Dat was een gevaarlijk spel. Daar vloeiden de picon en de pintjes rijkelijk.”

Familie CoulierMaar Josiane heeft niet alleen plezier gemaakt in haar leven. Ze heeft ook ontzettend hard gewerkt en samen met haar man Hugo Hauspie het familiebedrijf met succes verder uitgebouwd. “De firma Coulier is in 1888 opgericht door mijn grootvader Emiel Coulier”, zegt Josiane. “Daarvoor was hij aannemer, herbergier én kloefekapper. We hebben zijn kloefentafel nog geschonken aan het Openluchtmuseum Bachten de Kupe in Izenberge. Mijn vader Guillaume en zijn broer Gedeon zetten de zaak verder als ‘De Gebroeders Coulier’. Maar mijn nonkel Gedeon is vroeg gestorven, daags voor de bevrijding in 1945. Mijn vader heeft dan zijn deel overgekocht en is alleen doorgegaan als ‘Wijnhandel Coulier’.”


Op tournee

En ook Josiane is als het ware in de zaak ‘gerold’. Al op haar zestiende ging zij tijdens de schoolvakanties mee de baan op. En het aanbod was niet gering. “Wij importeerden niet alleen wijn en sterke drank, we stookten zelf ook 27 soorten likeur, waaronder Elexir en Parfait d’Amour”, zegt Josiane. “Lange tijd hadden wij ook het monopolie op de verkoop van Spa Monopole in de streek. De bakken Spa Monopole werden nog aangevoerd met de tram, die toen nog langs de Oude Fortemstraat passeerde. De loskade was gelegen rechtover café Den Hoepel in de Rozendaalstraat.”

Josiane Coulier“Met de camion deden we verschillende rondes. Er was een tournee van Izenberge over Leisele en Houtem naar Veurne. Een tweede ronde vertrok in Veurne en liep over Wulpen en Nieuwpoort naar Westende. En dan had je nog ‘de grote ronde’ van Alveringem, Fortem, Lampernisse, Kaaskerke, Diksmuide, Beerst, Keiem, Leke, Koekelare, Ichtegem, Werken, Zarren, terug over Diksmuide en Oudekapelle… We deden 28 tot 30 klanten op een dag, zowel cafés als winkels.”

En zo belanden ze op een mooie dag in het café van Sjchooëne Lieza in Oudekapelle. “Toen mijn vader binnen ging om het geld van de levering te ontvangen, begint Sjchooëne Lieza een tirade af te steken over onze camioneur die tijdens het lossen ‘mi ze loempe pooëtn’ in de boter had gestampt. Vroeger legden ze de boter op de koude keldervloer om beter te bewaren… Mijn vader heeft Liza toen een kilo boter betaald en de vrede was hersteld.”

“Ik deed dat toen al enorm graag. Binnen de kortste keren kende ik al de klanten. Als er een nieuwe camioneur binnenkwam, stuurde vader mij mee om de ronde aan te leren. En het mag gezegd worden: ik heb er veel opgeleid. Dat was ook de tijd dat vrouwen lange broeken begonnen te dragen. Mijn vader wou dat absoluut niet. Daar kon niet over gesproken worden… Maar ik heb er uiteindelijk toch één gekregen. Weet je wanneer? Pas toen ik de hele zomervakantie met de camions was meegegaan om de bestellingen te leveren. Stel je voor. Je zou dat nu eens moeten proberen, dat je twee maanden hard moet werken om een lange broek te krijgen.”

Druppels

In die tijd werden er nog veel ‘druppels’ en poesters (koffie met cognac) gedronken. “Als er iemand de winkel binnenkwam, dan stelden wij automatisch de vraag: ‘Goa j’ e druppeltje drienkn?’. Er was geen enkele leverancier of camioneur die hier buitenging zonder een druppel achterover te slaan. Een oude buurman kwam hier om de haverklap een half litertje kopen. Zoals iedereen kreeg hij dan een druppeltje aangeboden. Ik hoor hem nog altijd tegen mijn moeder zeggen: ‘Moar Irmaatje, ke kunn ik toch nie op eeën beeën loopn’. En hij kreeg er nog een tweede. Zelfs de vrouwen dronken een druppel als ze op zondag na de mis hun voorraad porto, elexir of andere drank kwamen inslaan. Dat was vroeger de gewoonte.”

Josiane veloEn dat Josiane een goede kommersante was, dat bleek al op heel jonge leeftijd. “Als kind mocht ik met de fiets naar school. Op de terugweg werd ik tegengehouden door de gendarmes omdat ik geen fietsplaatje had. Om een proces te vermijden, zei ik: ‘je mag met mijn complimenten naar Couliers gaan en een druppel drinken’. Mijn woorden waren nog niet koud of ze waren daar gezet. Mijn vader en mijn moeder konden daar niet mee lachen. Ik heb het ook maar één keer gedaan.”(lacht)

Vroeger moest je de klanten nog een passevang geven, waarmee ze konden bewijzen dat de accijnzen betaald waren. “De mannen van de accijnzen kwamen dan één keer per jaar om alles te controleren”, zegt Josiane. “Ze bleven dan eten en… druppels drinken. Papa heeft ze nog met zijn camion naar huis moeten voeren. ’t Is niet te geloven, je kunt je zulke toestanden nu helemaal niet meer voorstellen.”

“We kenden ook al de pasters van de streek”, zegt Josiane. “Ze kwamen bij ons voor de miswijn, die betaald werd door de kerkfabriek. Ik geloof dat grote parochies recht hadden op 60 flessen per jaar. Maar dat was voor heel wat priesters te veel en dan kwamen ze onderhandelen om een deel miswijn te ruilen voor porto of wijn van betere kwaliteit. Het zal wel geen toeval zijn dat pastoors vroeger bekend stonden voor hun mooie wijnkelders. Maar ik vrees dat dit voltooid verleden tijd is.”

Over pasters gesproken. “Op een dag vroeg ik aan mijn moeder waarom we geen koekjes bij de koffie kregen. ‘Omdat het vandaag Goede Vrijdag is’, antwoordde ze kordaat. Twee minuten later komen er vier pasters binnen uit de streek van Poperinge om wijn te kopen. Zoals gewoonlijk vraagt mijn moeder: ‘wil je iets drinken?’. ‘Wel ja, ik zou wel een calvados drinken’, zegt de ene. ‘En ik zou wel eens proeven aan die rode wijn daar’, zegt de andere. En zo kozen ze elk hun geliefkoosde drank. Ik kon mijn ogen en oren niet geloven. Toen ze buiten waren, vloog ik uit tegen mijn moeder: ‘Hugo en ik zijn al zo lang getrouwd, we werken als paarden en we krijgen nog geen koekje. En die pasters vallen hier binnen en ze krijgen al wat ’t hartje lust…’. Ze gaf me gelijk en sedertdien zijn er altijd koekjes bij de koffie geweest, ook op Goede Vrijdag.”

Kwaliteit

josiane en hugoDe firma Coulier heeft altijd een heel goede faam gehad en Josiane en Hugo hebben er alles aan gedaan om die reputatie hoog te houden. Hugo was nochtans voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader te treden en apotheker te worden. Maar dat bleek toch niet zijn ultieme droom te zijn. Josiane was dan al een tijdje verloofd met Hugo. “Waarom kom je niet bij ons in de firma?”, stelde ze haar geliefde voor. En zo geschiedde. “Hij was enorm leergierig en ontwikkelde een neus voor kwaliteit. Altijd weer ontdekte hij nieuwe wijndomeinen. Met succes! Hij is door talrijke confrérieën gelauwerd.”

Door de groei en bloei van het bedrijf raakte de vestiging in Alveringem te klein. De gebouwen lagen te verspreid en de vrachtwagens zorgden voor verkeersproblemen in het dorp. “Daarom zijn we in 1993 verhuisd naar het industriepark in Veurne. Wij hadden daar een grote vinotheek en een uitgebreide degustatieruimte. Twee keer per jaar kwamen meer dan 20 wijnboeren hun marchandise presenteren aan onze klanten. En ’s avonds mochten ze dan aanschuiven voor een buffet campagnard. Wij waren ook een van de eerste bedrijven in België met een volautomatische bottelmachine. De wijn werd aangevoerd met grote tankwagens en bij ons gebotteld. Wij voerden nagenoeg alles rechtstreeks in.”

“We hebben samen een schone carrière uitgebouwd”, zegt Josiane. “De klanten wisten dat we niet de goedkoopste waren, maar ze waren wel zeker van de kwaliteit. In al die jaren hebben we één keer een slechte levering van Châteauneuf-du-Pape gekregen. Van de eerste tot de laatste fles zijn we die bij de klanten gaan terughalen. Onze naam was en moest een kwaliteitslabel blijven. En die reputatie resulteerde ook in mooie cijfers. We zagen die elk jaar stijgen. Dat doet deugd. Maar we hebben er ook veel voor moeten doen. Van halfzeven ’s ochtends tot acht, negen uur ’s avonds waren wij in de weer. En als er degustaties waren zelfs tot twaalf uur ‘s nachts. Maar we hebben dat allebei altijd heel graag en met volle goesting gedaan.”

En ook al zaten ze letterlijk bij de bron: “wij hebben in ons leven veel geproefd maar nooit veel gedronken”, stelt Josiane. “Mijn hele carrière heb ik de baan gedaan. Nooit heb ik op ronde een druppel alcohol gedronken. In de tijd van mijn grootvader was dat anders. Op vele plaatsen was het tegelijk winkel en café. Voor je de deur naar de winkel nam om je waren te verkopen, moest je eerst de deur naar het café nemen om een druppel te drinken. Zo draaide de kommerse vroeger. Met alle gevolgen van dien. Zijn maag was helemaal verschrompeld van de alcohol. Wat niet belet dat hij toch 88 jaar is geworden. Maar dat is voor mij toch een belangrijke les geweest. Als je in deze branche zelf begint te drinken, dan is dat fataal. In al die jaren hebben wij veel collega’s te kwiste zien gaan.”

Kleine soldaat

De zonen, Filip en Marc Hauspie, hebben nog enkele jaren meegewerkt in het bedrijf, maar kozen uiteindelijk voor andere professionele uitdagingen. In april 2007 kregen Hugo en Josiane de kans om de wijnhandel over te laten. Ze zijn nog blijven meedraaien tot januari 2008. Zo is na 120 jaar het doek gevallen over het succesvolle familiebedrijf. Intussen heeft Josiane ook afscheid moeten nemen van haar man. Hugo Hauspie is overleden op 13 november 2020, op een zucht van zijn 85ste verjaardag. “Ik bewaar nu zijn mooie herinneringen aan onze zaak: de vele medailles, gedenktekens en eervolle vermeldingen die hij in zijn 48-jarige carrière heeft mogen ontvangen”, mijmert Josiane.

“Ik koester die herinneringen, maar ik moet verder”, stelt Josiane, die altijd al een bezige bij is geweest. “Al mijn hele leven kom ik graag onder de mensen. Dat moet bij ons in het bloed zitten. Net als mijn vader en grootvader ben ik altijd heel actief geweest in het verenigingsleven. Mijn grootvader heeft in Alveringem nog de kruisbooggilde opgericht en door mijn vader is de staande wip er gekomen. In Alveringem zat ik in talloze verenigingen: van het zangkoor over de ouderraad van de school en het toneelgezelschap tot en met de naaiclub. De laatste jaren heb ik wel serieus wat gas teruggenomen. Ik zit nu nog in een vijftal verenigingen. En in 2018 heb ik alle bestuursfuncties neergelegd. Nu ben ik alleen nog een simpele soldaat…”

Josiane druppeltje

  Zoeken  

  • tel.
Webdesign & Development by DigitalMind | Powered by eXopera